| |

In
1902 komt men met een kruisframe
dat qua geometrie veel weg heeft van het model dat Raleigh in 1899 introduceerde.
Deze fiets (model X) kan op lovende kritiek in de Kampioen rekenen,
maar is vanaf 1907 niet meer terug te vinden in de prijscouranten (wat
niet perse wil zeggen dat het model daarna niet meer gemaakt is). Rond
1905 worden enkele jaren fietsen met een excentrische trapas gefabriceerd
(die als kettingspanner fungeerde).
Vanaf begin 1900 zijn fietsen met versnellingen leverbaar. Fongers monteert
vanaf 1904 vrijwel uitsluitend Sturmey Archer-naven, die tegen flinke
meerprijs worden geleverd. De reguliere modellen hebben een freewheel
en bandrem voor. Op de luxere modellen worden Bowden kabel-velgremmen
gemonteerd.
Een
hoofdstuk apart zijn de leger- en dienstfietsen van Fongers. In 1898
komt Fongers met de eerste militaire fiets, een deelfiets naar ontwerp
van kapitein van Wagtendonk.
Dit model, dat ook door Burgers werd vervaardigd, is waarschijnlijk
slechts in kleine aantallen afgezet. Omstreeks 1905 begint de Landmacht
flinke aantallen legerfietsen bij Fongers af te nemen. Het betreft een
aangepast soort dienstrijwiel, afgestemd op de eisen van het leger.
Deze modellen zijn niet terug te vinden in de prijscouranten. Fongers
maakt goede sier met deze exclusieve klant en gebruikt de legerfiets
als thema voor een serie posters. Opmerkelijk is dat op één
van deze posters (die met het Indische landschap als achtergrond) uit
ca. 1915 een legerfiets met trommelrem in het voorwiel is afgebeeld.
In het reguliere aanbod is dit remsysteem pas begin jaren '30 leverbaar.
Vanaf
1905 verschijnen in de folders de eerste goedkopere modellen onder de
merknamen Engeland en Duitsland (verwijzend naar de landen waar veel
import vandaan kwam). In 1908 worden deze opgevolgd door de nevenmerken
Nederland en Groningen. Het zijn Fongersfietsen in een goedkopere uitmonstering.
De balhoofdtransfers vermelden de naam van het nevenmerk, maar verder
hebben deze fietsen alle kenmerken van het moedermerk. De code van het
model Groningen (ingeslagen in de balhoofdlug) luidt ‘Gron.’
|