| |

Fongers had zijn naam gevestigd als producent van de betere toerfiets
en heeft deze positie altijd willen behouden. Begin jaren ’20
wordt men door de markt echter gedwongen goedkopere toerfietsen te leveren.
Men blijft de duurdere modellen (1e soort A en B) in het assortiment
houden, maar de afzet van deze klassieke Fongers modellen loopt steeds
verder terug.
In de loop der jaren vindt er een verschuiving plaats in de afzet van
heren- en damesfietsen. Voor de Eerste Wereldoorlog leverde Fongers
relatief veel herenfietsen. Vooral leger en ambtelijke diensten namen
veel herenmodellen af. In de jaren ’20 en ’30 komen dames-
en herenuitvoeringen langszij, terwijl in de jaren ’60 meer dames-
dan herenfietsen zullen worden verkocht (met de opkomst van de brommer).
Eind jaren ’20 waren fietsen van de B-soort weer terug van weggeweest,
terwijl de E-soort was toegevoegd als prijsstunter. Tot eind jaren ’20
werden de C-modellen het meest verkocht.
De fietsen waren standaard leverbaar in de framehoogten 55, 60 en 65
centimeter (de framehoogte gemeten tot het midden van de trapas was
ca. 1,5 centimeter langer). In de jaren '20 had 20% van de herenmodellen
een framehoogte van 65 cm. Ook alle andere framematen konden worden
besteld (damesfietsen van 50 cm hoog, herenfietsen van 62,5 cm etc.).
Zwart was de basiskleur, maar tegen meerprijs kon een andere kleur worden
aangebracht.
In 1923 kwam Fongers met een dienstrijwiel en een transportfiets op
de markt.
|