| |

Fongers was vanouds de producent van de betere toerfiets en heeft deze
rol altijd willen behouden. Begin jaren ’20 wordt men door de
markt gedwongen goedkopere toerfietsen te leveren, in de jaren dertig
gevolgd door dienst-, transport-, kinderfietsen en bakfietsen. Men blijft
de duurdere modellen (1e soort A en B) in het assortiment houden, maar
de afzet van deze klassieke Fongers modellen loopt steeds verder terug.
In de loop der jaren vindt er een verschuiving plaats in de afzet van
heren- en damesfietsen. Voor de Eerste Wereldoorlog leverde Fongers
relatief veel herenfietsen. De gegoede burgerij, met name de categorie
‘heren van stand’, was de belangrijkste klantengroep. In
de jaren ’20 en ’30 komen beide uitvoeringen langszij, terwijl
in de jaren ’60 meer dames- dan herenfietsen zullen worden verkocht.
Eind jaren ’20 waren fietsen van de B-soort weer terug van weggeweest,
terwijl de E-soort was toegevoegd als prijsstunter. Tot eind jaren ’20
werden de C-modellen het meest verkocht.
De fietsen waren standaard leverbaar in de framehoogten 55, 60 en 65
centimeter (de framehoogte gemeten tot het midden van de trapas was
ca. 1,5 centimeter langer). Maar ook alle andere framematen konden worden
besteld. Zwart was de basiskleur, maar tegen meerprijs kon een andere
kleur worden aangebracht.
Eind jaren ‘20 kwam Fongers met een dienstrijwiel en een transportfiets
(enkele jaren jaren later dan de meer populaire merken).
|