| |

In de PFG-periode (de jaren ’60) gebeurt er veel aan productvernieuwing.
De grote overschakeling van toer- naar sportfietsen vindt plaats, waarbij
er elk jaar nieuwe sportmodellen verschijnen. Eind 1964 verschijnt de
Compact,
de eerste vouwfiets van Fongers die bijna 300 gulden kostte. In
1966 volgt de M66
en in 1968 de M2000, die in de jaren daarna verder wordt gemoderniseerd.
Op deze modellen zat de zogenaamde expa-knop, waarmee de voorvork in
één handomdraai was los te koppelen van het frame. Het
aandeel kinderfietsen neemt flink toe, terwijl de klassieke toerfiets
(alleen nog maar leverbaar in de uitvoering Toer Comfort) naar de achtergrond
verdwijnt. Ook spelen bromfietsen (vanaf 1956 in het assortiment) een
rol, maar Fongers is op dat gebied een kleine speler. Medio jaren ’60
wordt nog een fraaie sportfiets aan de collectie toegevoegd, vervaardigd
in een combi met het Amsterdamse bedrijf RIH.
Plaatsen
we een Fongers fiets uit enig jaar tegen een vergelijkbaar model van
een ander merk (bijvoorbeeld Veeno of Batavus), dan is Fongers iets
duurder (10-15%). ‘Betrouwbaarheid’, en ‘jarenlang
bewezen kwaliteit’ moeten de klant bewegen het duurdere merk te
kopen. Ook de veelgebezigde reclameslogan ‘Fongers, een bezit
voor het leven’ valt in deze categorie.
Of Fongers fietsen ook werkelijk langer dan die van andere merken mee
zijn gegaan valt moeilijk objectief vast te stellen. Niettemin hebben
we de indruk dat er relatief veel vooroorlogse Fongers modellen nog
rijdend zijn, zeker als we dat vergelijken met merken als Burgers of
Simplex (die een vergelijkbare omzet hadden). Fongers verdient wat ons
betreft om meerdere redenen het (subjectieve) predikaat van de ‘Volvo
onder de rijwielen’.
|