![]() |
|
Vanaf 1897 start Fongers met het eigen systeem van
modelaanduiding, dat tot eind jaren '50 stand zal houden. Het systeem
kent drie niveaus: Tegelijkertijd begint men met het systeem van framenummering.
Waarschijnlijk is men gestart met nummer 1 in 1897 en zit men in 1902
op nummer 10.000, doorlopend tot nummer 94.000 in 1920. Deze nummering
is chronologisch en lijkt een getrouwe weergave te zijn van de feitelijke
productie. De modelnummering verschuift met de tijd. Zo zijn in 1899 de volgende soorten en modellen te leveren:
Deze methodiek bevat in feite dubbele codes. Zo wordt model E (het duurste damesmodel) alleen in de categorie 1e soort A geleverd. Model BB (herenmodel) valt in 1899 in de categorie 2e soort. Kort na 1900 zou men de 2e en 3e soort niet meer voeren, omdat dit commercieel waarschijnlijk niet erg handig werkte. Vanaf dat moment worden alleen nog fietsen van de 1e soort gemaakt, met een specificatie van het niveau daarbinnen (A, B etc). In 1921 zijn de volgende modellen leverbaar:
Het kwaliteitsverschil tussen de drie soorten betrof vrijwel alle onderdelen
van de fiets. Naast het soort en het uitrustingsniveau kon men ook kiezen voor eigen details (soort kettingkast, versnellingsnaaf, pompje etc.). In feite kon de klant zijn nieuwe Fongers fiets geheel op maat samenstellen. De bestelde fiets werd in de fabriek gemaakt en enkele weken later via de agent afgeleverd. In 1928 zag het standaardprogramma er als volgt uit:
Bijzonder bij Fongers is dat alle gemaakte fietsen tot 1940 met hun
specificaties in het Seriegarantieboek werden genoteerd. Deze boeken
zijn bewaard gebleven en in de Groninger Archieven te raadplegen. Bij
veel fietsen is in dat boek ook vermeld aan welke agent zij op welke
datum werden geleverd. Bij de oudere fietsen is ook vaak de naam van
de klant met zijn adres genoteerd.
In 1959 (het jaar na de grote omslag) schakelt men over op meer nieuwe
modelbenamingen, zoals Pionier, Gay Light, Sport Special en Super Sport.
Over de framenummers (cijfers) is het volgende te zeggen:
Vanaf 1922 tot 1940 beginnen de framenummers met de laatste twee cijfers van het fabricagejaar (bijv. 22 voor 1922), gevolgd door 4 cijfers (in sommige jaren vijf cijfers, wanneer de productie de 10.000 fietsen te boven gaat). Voorbeeld: framenummer 24-422 duidt op een fiets uit 1924 en wel de 22e uit het vierde honderdtal van dat jaar. De garantienummers (voorgaande reeks, vanaf nummer 103.000) blijven daarnaast onder het bracket ingeslagen worden. Deze nummers vervolgen de reeks:
Na 1940 gaat men over op een nieuw systeem van framenummering. Deze nummers beginnen met een letter gevolgd door 4 of 5 cijfers. Men stopt in 1940 met de garantienummers. De lettercodes met bijbehorend bouwjaar:
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Fongers.net | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||