Home
Nieuws
Familie Fongers
Bedrijfsgeschiedenis
Modellen
Modelnummering
Onderdelen
Reclame en verkoop
Verzamelen en restaureren
Literatuur
English Summary
Links
Contact



Fongers heeft tot 1940 veel onderdelen in eigen beheer gemaakt zoals frames, spatborden, cranks, sturen, zadelpennen en remstangen. Het zelf maken van onderdelen was de moeite waard met de lage uurlonen en energieprijzen van destijds. Fongers was, als andere grotere fietsfabrieken vòòr WO II, een echt industrieel bedrijf. Stilaan worden steeds meer onderdelen kant en klaar van derden betrokken. In de jaren '60 worden alleen nog de frames zelf gemaakt en gelakt en is Fongers vooral een assemblagebedrijf geworden.

Klik voor vergroting De naam Fongers, dan wel het gestileerde Fongers schild, werd in een beperkt aantal onderdelen ingeslagen of opgebracht: stuur, cranks (niet altijd), pompjes, pedaalrubbers, banden en leren zadels (de drie laatste onderdelen heeft Fongers nooit zelf gemaakt). Begin jaren '60 neemt het aantal ‘gemerkte’ onderdelen toe; ook op kroonsierkap, bel en ringslot verschijnt het Fongers beeldmerk. In 1962 en 1963 zien we de letters PF (Phoenix/Fongers) op een aantal onderdelen, in de jaren daarna de letters PFG.

Middels transfers was de naam Fongers aangebracht op frame, achterspatbord, voorvork en kettingkast (in verschillende uitvoeringen). Het gouden schild met de rode banier op het balhoofd gaf de Fongers fiets een voorname aanblik. Op gebruikte fietsen is het balhoofdtransfer vaak beschadigd geraakt of zijn de kleuren verbleekt. Anders dan bij andere merken is de merknaam Fongers nooit ingeslagen geweest op de naven.

Fongers fietsen zijn herkenbaar aan de spatborden met golvende rug en de groene biezen op frame, voorvork en spatborden. Op de zadellug was het framenummer ingeslagen en op de onderbalhoofdlug de modelcode met framehoogte. Ook gestripte of overgeschilderde Fongers fietsen zijn aan de hand van deze kenmerken goed herkenbaar.

Fongers heeft, behalve de frames, veel onderdelen in eigen beheer ontwikkeld. Vanaf 1897 werden de meeste stalen onderdelen zelf ontworpen en vervaardigd.
Enkele kenmerkende onderdelen van eigen makelij:

Sturen
Klik voor vergroting Deze waren omstreeks de eeuwwisseling geleidelijk naar boven oplopend en kregen vanaf ca. 1905 de vorm van het rechte, aan het eind opgebogen model. Remhandles volgden de vorm van het stuur. Tot midden jaren ‘50 van werd de naam Fongers ingeslagen in het midden van het stuur. Sturen met de Fongers balhoofdstrop (zie hierna) kenden geen expanderbout. Klik voor vergroting Voor de bevestiging van de nokken waarin de handels scharnierden werden verschillende oplossingen gehanteerd. In de jaren tot 1920 werden deze vastgesoldeerd, in de jaren ‘20 werden demontabele stroppen gebruikt. Vanaf de jaren ‘30 gebruikt Fongers sturen van elders, waarbij de stroppen (voor de trommelremmen) deels vast en deels demontabel zijn.



Balhoofd

Klik voor vergrotingDe balhoofdstellen van Fongers zijn van verre herkenbaar door de stroppen met Fongers-inslag (overigens werden deze niet toegepast op de goedkopere modellen). Deze balhoofdstrop, die over de vorkschroefdraad werd geschoven en met een moer werd vastgezet, was een bijzonder soort conusmoer en tegelijk vervanger van de expanderbout. Deze constructie vereiste een wat langere binnenvork. De vernikkelde of verchroomde strop droeg bij aan het statige voorkomen van de Fongers fiets. Dit typische onderdeel is tot eind jaren ‘50 gemonteerd (op de duurste modellen). De balhoofdconus met geribbelde zijkant was een ander kenmerkend onderdeel. In de vooroorlogse jaren werden ook vaak stuursloten (met grote draaiknoppen; vanaf 1908 tot eind jaren ‘10 het systeem met nokje) gemonteerd. Het vorkkroonstuk had een kenmerkende, hoge sierkap. De kroonstukken waren er in verschillende uitvoeringen.
In de jaren '20 en ‘30 heeft Fongers veel reclame gemaakt voor zijn versterkte voorvork (octrooinummer 13212, verkregen in 1923). Vorkbreuk was voor de oorlog een veel voorkomend euvel, dat vooral fietsen van mindere kwaliteit trof. De krachten op de (alleen aan de bovenzijde ondersteunde) voorvork waren groot en bij mindere kwaliteit frames ontstond nogal eens inwendige breuk, net boven het kroonstuk. Fongers heeft versteviging in het onderste deel van de binnenbalhoofdbuis aangebracht, waardoor de kans op breuk afnam en de vork op zijn plaats bleef als hij onverhoopt brak. Jarenlang wordt deze vinding breed aangeprezen en er worden meerdere reclameposters aan gewijd.

Kettingkast
Fongers heeft altijd veel zorg besteed aan zijn kettingkasten, een kwetsbaar onderdeel van de fiets. In de jaren vóór 1900 zijn zeer uiteenlopende modellen toegepast (van celluloid, leer of metaal), vanaf 1900 krijgt de dichte moleskin kast de overhand. De merknaam Fongers werd hierop in kleine letters links bovenin aangebracht. Op de dure modellen werd vanaf 1899 de zgn. oliebadkast gemonteerd, naar Engels voorbeeld. Het kettingwiel, gefabriceerd door de Engelse fabrikant Williams, heeft de typisch gebogen 'sleuven'. De crank met driepoot werd met bouten aan het kettingwiel vastgezet. De cranks van Fongers zijn er in verschillende uitvoeringen. In de jaren 1898 - 1903 monteerde men cranks waarbij de pedalen met een spie aan de bovenzijde van de cranks werden vastgezet. Dat had te maken met feit dat men toendertijd nog geen linksdraaiend schroefdraad had (en het linkerpedaal anders steeds uit de crank zou lopen). Trappers met Fongers-rubbers completeerden het trapstel.
Klik voor vergroting Klik voor vergroting

Spatborden
Ook de borden van Fongers hadden een kenmerkende vorm. In de jaren tot ca. 1922 werden vrij smalle borden gemonteerd met een 'platrond' profiel. De (massieve) stangen konden met boutjes aan nokken op het spatbord worden vastgezet en hadden scharnierende oogjes voor bevestiging aan de assen. Tot 1923 werden overwegend korte voorspatborden gemonteerd (eindigend bij het kroonstuk). Tot ca. 1900 zijn ook houten spatborden leverbaar. Omstreeks 1922 worden de bekende Fongers-borden met de hoge golvende rug geïntroduceerd. De groene biezen worden vanaf ca. 1900 toegepast. In de vroegere jaren werden goudkleurige biezen toegepast.

Zadels
Voor zover bekend maakte Fongers zijn zadels niet zelf. In de jaren vóór 1900 is een grote variatie aan modellen verkrijgbaar volgens de toen geldende modes. Vanaf ca. 1905 worden de klassieke dames- en herenmodellen toegepast, steeds met het Fongers-merk in het leer ingeslagen. Op de dames- en herenzadels kon tot ca.1920 een Fongers-zadeltas met ijzeren beugel worden bevestigd. Het Fongers hygiënisch zadel is jarenlang als kwaliteitsonderdeel aangeprezen. Dit (van elders betrokken) zadel was herkenbaar aan de messing strip met de inslag Fongers Hygiënisch Zadel tussen beide zitkussens. In de jaren ‘20 werd de houten onderzijde van deze zadels beschilderd met een Fongers tekst. Het zadel heette uitstekend te zitten, maar de voorkeur van gebruikers liep op dat vlak uiteen.
Klik voor vergroting Klik voor vergroting

Remsysteem
Klik voor vergrotingVoor 1900 (toen er nog geen freewheels beschikbaar waren) monteerde Fongers bandremmen op het voorwiel. In de periode 1900 – 1905 (na de introductie van het freewheel) was er de keus tussen een velgrem (scharnierend in een strop bevestigd aan de stuurpen) of de sjiekere Bowden-remmen (handgreep aan het stuur, die een kabel lopend door het stuur bediende). Omstreeks 1905 introduceerde Fongers zijn zelf ontwikkelde rollervelgremmensysteem. Een uniek systeem, gekenmerkt door stangen, scharnierend in vaste bussen aan het stuur en een overbrenging die tegen de stuurpen scharnierde, tot ca. 1915 met verdraaibare stangen. Tot 1908 worden de scharniernokken met stroppen om de framebuis bevestigd. Daarna krijgen de duurdere modellen vaste draainokken in de framehoeken. Op de duurdere modellen is de achterem onder het zadel bevestigd, bediend met een ingenieuze stangenoverbrenging. Een vrij zware, maar technisch fraaie en bedrijfszekere constructie. De uitvoering met vaste framenokken wordt op de modellen van de 1e soort A nog tot 1935 gemonteerd. Na 1935 raken de velgremmen in onbruik en is er de keus tussen de remnaaf of trommelremmen. Op de sportmodellen (vanaf eind jaren ‘50) zouden de velgremmen weer terugkeren, maar dan in een modernere uitvoering (meestal van de firma Altenburg).

Verlichting
In 1928 kwam Fongers met een verlichtingsset (dynamo en koplamp) onder eigen naam. De letters F.G. waren op de koplamp ingeslagen. Op het eerste model dynamo, in Nederland vooral bekend in de VT uitvoering, zijn de letters F.G. op het aluminium afdekplaatje ingeslagen. De busvormige dynamo uit 1933 had een oranje band (latere versies een groene) met Fongers tekst. Deze'eigen' verlichting is in enkele uitvoeringen tot begin jaren ‘50 gemonteerd. Waarschijnlijk zijn deze setjes door de Zwitserse fabrikant Sport AG (tevens producent van Nordlicht en Lucifer) in opdracht van Fongers gemaakt. Op het gebied van achterlichten valt geen duidelijke lijn te constateren. Aanvankelijk monteerde men diverse soorten reflectoren (soms met inslag van de naam Fongers), vanaf 1937 lichtjes van verschillende merken. In de jaren '50 zijn dat vooral Spanninga achterlichten. Vanaf 1956 komt op de sportfietsen het barokke Fongers achterlicht (ook door derden vervaardigd); de reflector heeft de contouren van het Fongers schild; het ‘huis’ heeft een langwerpige, sierlijke vorm.

Overige onderdelen
Klik voor vergrotingFongers werd in 1908 importeur van Sturmey Archer en monteerde in de jaren daarna alleen de versnellingsnaven van dit merk. In de vroege jaren werden meestal Lucas bellen gemonteerd en Duitse Kronprinz velgen. Banden waren er met Fongers opdruk, in opdracht vervaardigd. Sloten, bagagedragers en verlichting werden vóór 1920 niet standaard gemonteerd en van elders betrokken. Op de duurdere modellen van na de oorlog heeft Fongers goede Duitse, Engelse of Zwitserse onderdelen gemonteerd zoals Kronprinz velgen (eind jaren ‘50 gevolgd door de Franse Rigida velgen), Williams cranks, Lucas bellen en Nordlicht verlichting (vanaf medio jaren ‘50).

Klik voor vergrotingTot ca. 1930 werden stuur, cranks, zadelpen, kroonsierkap, naven en velgen (deze laatste alleen in de duurdere uitvoeringen) in nikkel uitgevoerd. Rond 1930 schakelde de rijwielindustrie massaal over op het nieuwe procédé van verchromen. Chroom gaf een extra beschermlaag en had een helderder glans dan het gelige, ‘warme’ nikkel. Medio jaren ‘30 werden goedkope ‘weer en wind’ fietsen geleverd, waarvan de normaal verchroomde delen met celluloid werden overtrokken, dan wel zwart werden gelakt. Aan deze fietsen glom werkelijk niets, hetgeen hen een bijzonder voorkomen gaf.

Tenslotte, klein maar fijn, het bevestigingsmateriaal. Fongers heeft altijd uitstekende bouten en moeren gebruikt. Veelal gebruikte men hiervoor messing materiaal, dat zelden roestte. Oude Fongers fietsen met origineel bevestigingsmateriaal zijn vaak verrassend gemakkelijk te demonteren.

Klik voor vergroting
Terug naar boven

Fongers.net
eXTReMe Tracker