Home
Nieuws
Familie Fongers
Bedrijfsgeschiedenis
Modellen
Modelnummering
Onderdelen
Reclame en verkoop
Verzamelen en restaureren
Literatuur
English Summary
Links
Contact



Filialen
Klik voor vergroting Wat betreft de verkoop wilde men de zaken, zeker in beginjaren, zoveel mogelijk in eigen beheer houden. Vóór 1900 vond de verkoop plaats in zes eigen filialen verspreid over het land, rond 1910 uitgebreid tot tien. Met de groei van de afzet werden in de jaren daarna steeds meer agenten toegelaten, rijwielzaken die het Fongers product onder strikte voorwaarden mochten voeren. De vroege filialen lagen in voorname winkelstraten, zogezegd 'op stand'. In tenminste vijf van deze filialen was een rijschool aanwezig, waar beginners zich het fietsen onder begeleiding eigen konden maken. Waarschijnlijk maakten van deze faciliteit vooral dames gebruik. De laatste van deze rijscholen, in Groningen, sloot zijn deuren pas omstreeks 1940.

Fongers heeft zijn klanten vanaf de start de gelegenheid geboden fietsen op maat te bestellen. In een situatie waarin fietsfabricage nog handwerk was kostte deze service geen extra geld. Ook was er de mogelijkheid gebruikte Fongers fietsen naar de fabriek terug te sturen voor revisie. Van deze service is op grote schaal gebruik gemaakt, afgaande op het grote aantal oude fietsen dat niet meer de oorspronkelijke uitvoering heeft. Zo werden vernikkelde delen vaak verchroomd (na 1930) en zijn veel oudere fietsen opnieuw gemoffeld en gebiesd. In de revisieronde werd vaak ook het remstangensysteem verwijderd. Er werd een 'R' naast het framenummer ingeslagen en de betreffende fiets werd als gereviseerd geregistreerd in het Seriegarantieboek van het bedrijf (dat tot 1940 werd bijgehouden). Na de modernisering kon de gereviseerde fiets weer een flinke tijd mee. Fongers onderstreepte met deze 'full service' zijn imago als kwaliteitsmerk. Bescheiden nadeel is dat veel fietsen van vóór 1920 niet meer in originele staat worden aangetroffen.


Klik voor vergroting Klik voor vergroting Klik voor vergroting


Affiches/ emaille borden
Fongers heeft altijd veel aan marketing gedaan. Reden hiervoor was dat een afzet op landelijke schaal werd nagestreefd, samenhangend met het kwaliteitsimago dat het merk voorstond. Reclame werd in velerlei vormen gemaakt. Reeds vóór 1900 was Fongers één van de vaste adverteerders in de Kampioen. Tot begin jaren vijftig zou dit zo blijven. Doel was waarschijnlijk om een brede naamsbekendheid te verwerven. Ook in andere rijwielbladen werd geadverteerd, maar het accent lag op de (aanvankelijk) prestigieuze Kampioen. In de ANWB Toeristenkampioen was voor de oorlog vaak wel een paginagrote advertentie te vinden. Zelfs op voorpagina’s van dit maandblad kocht de firma reclameruimte, in de vorm van ‘one liners’, zoals:
- ‘De aankoop van een Fongers is geen uitgaaf doch een belegging’
- ‘’n Fongers duurt een menschenleven’

Klik voor vergroting Klik voor vergroting Klik voor vergroting Klik voor vergroting

Eind jaren '90 startte men met affiches. Zeker een tiental verschillende affiches, sommige meer dan twee meter hoog, zijn getekend door vooraanstaande ontwerpers. Kwaliteit van het Fongers product is steeds het gemeenschappelijk thema van deze affiches. In de periode 1900 - 1920 zijn tenminste tien grote posters uitgegeven, die als reclamemateriaal in de filialen en agentschappen dienden. Bekend zijn de posters van F.G. Schlette en de poster van J. Rotgans, voorstellende de Nederlandse maagd. Ook andere bekende kunstenaars als Willy Sluiters, André Vlaanderen en J.J. van Caspel hebben voor Fongers gewerkt. De serie van drie ‘legerposters’ is het bekendst.

Klik voor vergrotingWaar Fongers aan het begin van de 20e eeuw een zekere reputatie had opgebouwd als opdrachtgever voor fraaie rijwielaffiches, wordt het na 1920 een stuk rustiger op dat gebied. De posters die men uitbrengt zijn meestal afbeeldingen van het Fongers schild. In de jaren ‘30 zijn er tekstposters ten behoeve van de winkeletalages. In de jaren ‘50 volgen nog enkele weinig opvallende fotoposters.
Begin jaren ‘20 komt het bedrijf met een emaille bord voor de winkelgevels (Fongers schild tegen groene achtergrond). In de jaren ‘50 zijn er de fraaie langwerpige borden met het merkschild tegen een lichtblauwe achtergrond. Reclameborden zijn niet bekend uit de eerste decennia. Men maakte in de jaren ‘10 op een aantal publiekslocaties reclame in de vorm van tegeltableaus, bijvoorbeeld in de hal van het NS-station Groningen (tekst: 'Wie een Fongers berijdt komt altoos op tijd').
Fongers moet vrij veel geld hebben gespendeerd aan marketing in de beginjaren in verhouding tot de relatief bescheiden omzet.
Emaille bord ca. 1940

Prijscouranten
Een ander belangrijk marketinginstrument waren de prijscouranten. De exemplaren uit de jaren 1898 tot 1901 zijn fraaie boekjes van meer dan 40 pagina's, voorzien van een gelithografeerde omslag. Een uitgebreide opzet en opvallend mooie uitvoering bepalen het beeld. Dit is geen toeval, getuige dit citaat uit de inleiding van de prijscourant van 1899:

De indruk, welken men van een rijwielfabriek en hare producten ontvangt, zal sterk worden beheerscht door de wijze van uitvoering van hare prijscourant. Den naauwen samenhang tusschen fabrikaat en reclamemiddelen tot grondslag nemend, hebben wij gemeend U een prijscourant te moeten aanbieden, waarvan de superieure uitvoering volkomen in overeenstemming is met de innerlijke en uiterlijke waarde onze rijwielen.

In de daaropvolgende jaren tot 1911 wisselt de uitvoering van jaar tot jaar. Vanaf 1911 tot ver in de jaren '20 verschijnen de catalogi in een vast format (bruine omslag met het jaartal in gouden letters). Ook de inhoud kent een vaste opzet, startend met een beschouwing over specifieke onderdelen van de Fongers fiets, gevolgd door een overzicht van de leverbare modellen. Informatief in deze catalogi zijn de inleidingen van de directie, waarin men memoreert hoe het het bedrijf in het voorgaande jaar is vergaan en wat er nieuw is in het aanbod voor het komend jaar.

Van 1921 tot 1935 werden de prijscouranten uitgegeven in een grijsbruine, nogal saaie omslag. Veel aandacht ging uit naar de technische specificaties van de fietsen. In 1926 besloot men om voortaan de goedkope soorten voorin de prijscouranten te plaatsen en pas daarna de duurdere modellen. Ogenschijnlijk een kleine wijziging, maar tekenend voor de veranderende markt waar Fongers mee te maken kreeg. In 1935, het jaar waarin de prijzen op hun dieptepunt waren, krijgen de folders een modernere vorm. Glanzend papier opgefleurd met de Fongers kleuren goud en rood geven de folders een frisse uitstraling. Deze uitvoering zal tot 1950 worden gebruikt (in de jaren '40 werden nauwelijks folders uitgegeven). Daarna volgt een periode met folders in uiteenlopende stijlen en formaten. De folders vanaf 1950 zijn een stuk beknopter dan voorheen doordat de uitbundige technische informatie achterwege blijft. Naast de folders worden ook losse prijslijsten uitgegeven.

De reclame-uitingen in de jaren ‘50 en ‘60 zijn wat gemengd van karakter. Men probeert zich een eigentijdse uitstraling aan te meten, maar kan het oude, wat deftige imago maar moeilijk achter zich laten. De slogan in de folder 1962 geeft treffend uitdrukking aan deze ambivalentie: Fongers, de nieuwste fiets met de oudste faam’. ‘ Tot medio jaren ‘60 prijkt het klassieke Fongers schild prominent op alle reclame-uitingen; pas in 1965 wordt het oude embleem vervangen door een gemoderniseerde versie, die voortaan ook in de vorm van een metalen balhoofdplaatje dienst zal doen. Een duidelijke huisstijl ontbreekt in de jaren ‘50. In 1959 (het jaar na de ‘omslag’) introduceert het bedrijf een nieuw reclamebeeldmerk in de vorm van twee gestileerde fietsers die elkaar vast houden. Dit zal in jaren ‘60 worden gebruikt. Anders dan merken als Gazelle of Batavus ontbeert Fongers een mascotte, die een jonger publiek aanspreekt. Fongers worstelt met de omschakeling naar een eigentijds imago.

Ten behoeve van de agenten worden rond 1960 de nodige gadgets uitgebracht; fraaie bonbonschaaltjes, theeserviezen en asbakken, maar ook speldjes en suikerzakjes (als weggevertjes).

Omzet
Klik voor vergrotingDe verkoopcijfers van Fongers tot 1940 zijn af te leiden uit de frame- en barrelnummers. In de jaren ‘20 en ‘30 lag de productie op een niveau van ca. 7.000 (begin jaren '20) tot ca. 15.000 fietsen (eind jaren '30) per jaar. De totale productie in deze twee decennia bedroeg ca. 200.000 fietsen. In de jaren ‘40 zakt de productie terug naar een niveau van ca. 2.000 fietsen in 1945 (dieptepunt), om in de jaren daarna snel weer op te lopen naar het vooroorlogse niveau van ca. 15.000 fietsen. Op dat niveau blijft de productie tot begin jaren ‘60 hangen. In de PFG-periode loopt de (samengevoegde) productie verder op, maar blijft ruimschoots achter bij een concurrent als Gazelle, die dan al op ca. 100.000 fietsen per jaar zit.

De totale productie van Fongers in Groningen in de periode 1884-1970 kan op ca. 600.000 exemplaren worden geraamd. Dat zijn ongeveer evenveel fietsen als Gazelle en Batavus samen op dit moment jaarlijks produceren.

Klik voor vergroting

Terug naar boven

Fongers.net
eXTReMe Tracker